392.0303
Vruchtbaarheidsstoornissen
Onderzoek en behandeling
Inhoudsopgave
1. Leven met een vruchtbaarheidsstoornis
2. Hoe komt een zwangerschap tot stand?
Het ontstaan van een zwangerschap
De cyclus van de vrouw
3. Mogelijke oorzaken van een vruchtbaarheidsstoornis
Oorzaken bij de man
Oorzaken bij de vrouw
4. Het vruchtbaarheidsonderzoek
Het eerste gesprek
Onderzoek van de man:
Het zaadonderzoek
Onderzoek van de vrouw:
Basale temperatuurcurve (BTC)
Hormonaal onderzoek
Samenlevingstest
Follikelmeting
Chlamydia infectie
Baarmoederfoto (HSG)
Het tweede gesprek
Vervolgonderzoek:
Kijkoperatie in de buik
Kijkoperatie in de baarmoeder
5. Mogelijke behandelingen bij vruchtbaarheidsstoornissen
6. Praktische punten met betrekking tot het vruchtbaarheids-
onderzoek in het Beatrixziekenhuis
Inleiding
Verminderde vruchtbaarheid is een breed begrip; er zijn veel onderzoeken, oorzaken en behandelingen mogelijk.
In deze informatie hebben we een zo volledig mogelijk overzicht trachten te geven.
Zwanger worden is een kwestie van een kans die bepaald wordt door mannelijke en vrouwelijke factoren. In principe is er elke maand een kans op een zwangerschap. Bij een normale kans is 70 – 80 % van de vrouwen binnen één jaar zwanger. Als deze kans door welke factor dan ook kleiner is, kan het langer duren voordat er een zwangerschap optreedt. Mensen met een kleinere kans op zwangerschap noemen wij verminderd vruchtbaar. Pas als er geen enkele kans op zwangerschap is, is er sprake van onvruchtbaarheid.
In Nederland wordt één op de vijf echtparen geconfronteerd met een probleem op het gebied van de vruchtbaarheid. Er is dan na één jaar
proberen, geen zwangerschap opgetreden. Bij velen van hen speelt het
toeval hierbij een rol: ze zijn normaal vruchtbaar, toevallig is het niet binnen één jaar gelukt om zwanger te worden. Zij kunnen echter wel een kind krijgen, ook zonder behandeling. Voor echtparen bij wie deze diagnose wordt gesteld, is het beste advies af te wachten.
Wanneer een arts is geraadpleegd en de verminderde vruchtbaarheid eenmaal als probleem is bevestigd, breekt er een periode aan met veel onderzoek en eventuele behandeling. Het onderzoek dat dient om de mogelijke oorzaken op te sporen, is vaak belastend en vraagt veel van u. Gevoelens van hoop en twijfel wisselen elkaar af. Gebleken is dat veel (echt)paren dit als een moeilijke tijd ervaren.
Met dit boekje proberen wij u een goede voorbereiding op het vruchtbaarheidsonderzoek te geven. Naast uitleg over de inhoud van het onderzoek wordt aandacht besteed aan het tot stand komen van een zwangerschap en aan de mogelijke oorzaken van vruchtbaarheidsstoornissen.
Wij wensen u veel sterkte bij de behandeling!
Maatschap Gynaecologie.
1. Leven met een vruchtbaarheidsstoornis
Voor veel mensen is het moeilijk om te accepteren dat er sprake is van een vruchtbaarheidsstoornis. Een niet vervulde kinderwens kan tot emotionele problemen leiden. Tijdens de uitvoering van het vruchtbaarheidsonderzoek wordt het er voor u meestal niet gemakkelijker op, omdat alles in het teken komt te staan van zwanger worden en kinderen krijgen.
U wordt in deze periode regelmatig in het ziekenhuis verwacht, maar ook thuis zult u er vaak mee bezig zijn: Temperatuurlijsten bijhouden en vrijen op verzoek van de dokter. Zowel het onderzoek, als het wachten op de uitslag, kan nogal wat spanning met zich meebrengen. Het is goed voor te stellen dat de spontaniteit van het vrijen (gelukkig meestal maar tijdelijk) verdwijnt; het wordt min of meer een verplichting. Een kind krijgen is dan nog het enige doel.
Ook tijdens een eventuele behandeling die daarop volgt, zal het voor u niet altijd gemakkelijk zijn. Vruchtbaarheidsproblemen leggen vaak een grote druk op de relatie.
Steun vanuit de omgeving is in deze periode heel belangrijk. Toch blijkt het onderwerp “ongewenste kinderloosheidâ¿ vaak moeilijk bespreekbaar. Daarom zullen veel mensen hun vruchtbaarheidsstoornis geheim houden.
Anderen zijn geneigd het probleem, voor de buitenwereld, te ontkennen door te zeggen dat ze geen kinderen willen. Dit kan vaak leiden tot moeilijke situaties.
Ook als de omgeving wel op de hoogte is, blijft de situatie soms moeilijk. Men kan zich slecht verplaatsen in een dergelijke situatie en men reageert met onbegrip. Om niet met zulke reacties geconfronteerd te worden, kan het zijn dat men steeds minder sociale contacten aangaat. In deze periode bent u als (echt)paar dus sterk op elkaar aangewezen.
Wanneer u moeite heeft om met elkaar over vruchtbaarheidsstoornissen te praten, kan dit extra spanning met zich mee brengen in een toch al niet gemakkelijke periode. Aarzelt u dan niet dit met uw (huis) arts te bespreken.
2. Hoe komt een zwangerschap tot stand
Om inzicht te krijgen in de oorzaak van een vruchtbaarheidsstoornis en het uitblijven van een zwangerschap geven wij u eerst wat algemene informatie over de voortplanting.
Het ontstaan van een zwangerschap
Voor het tot stand komen van een zwangerschap is een ingewikkelde reeks van processen nodig die zich, ten opzichte van elkaar, op het juiste moment moeten afspelen. Hormonen spelen hierbij een belangrijke rol.
Elke maand komt er in één van de eierstokken een met vocht gevuld blaasje, follikel genaamd, met daarin een eicel tot rijping. Dit gebeurt
onder invloed van een hormoon, het follikel stimulerend hormoon (FSH) dat afkomstig is uit het hersenaanhangsel (de hypofyse). Na ongeveer 14 dagen heeft de follikel een doorsnede van meer dan
2 cm
.. Onder invloed van het Luteïniserend hormoon (LH) springt de follikel open en komt de rijpe eicel vrij, die door de eileider wordt opgenomen en getransporteerd naar de baarmoeder. Na geslachtsgemeenschap komen de zaadcellen terecht voor de baarmoedermond van de vrouw. Vanaf hier zwemmen de zaadcellen via de baarmoeder de eileider binnen, waar ze een eicel tegen kunnen komen.
Er zijn dan twee mogelijkheden:
- De eicel wordt binnen 12 – 24 uur na de eisprong in de eileider bevrucht.
- De eicel wordt niet bevrucht.
In het eerste geval verplaatst de bevruchte eicel (embryo) zich naar de baarmoeder. Het baarmoederslijmvlies is door hormonen (oestrogenen en progestagenen) voorbereid op de komst van de bevruchte eicel, zodat
deze zich kan innestelen. Het embryo kan nu binnen negen maanden
uitgroeien tot een kind.
In het tweede geval, als de eicel niet wordt bevrucht, sterft deze spoedig af. Het baarmoederslijmvlies, dat nu niet wordt benut, zal afgestoten worden, dit gaat gepaard met een bloeding, de menstruatie.
De cyclus van de vrouw
De periode vanaf de eerste dag van de menstruatie tot aan de eerste dag van de volgende menstruatie, noemen we de menstruatiecyclus. Vaak duurt een cyclus 28 dagen, maar het is heel normaal als deze wat langer of korter is (variatie van 21 tot 35 à 42 dagen).
Vanaf het begin van een nieuwe cyclus wordt de baarmoeder opnieuw voorbereid op een eventuele zwangerschap ; het proces begint weer van voren af aan. Gedurende het hele vruchtbare leven van de vrouw zal deze cyclus zich herhalen, behalve wanneer er een zwangerschap is.
3. Mogelijke oorzaken van een vruchtbaarheidsstoornis
Om een vruchtbaarheidsstoornis te kunnen behandelen, is het voor de arts van belang te weten wat de oorzaak ervan is. Vaak blijkt de oorzaak van de vruchtbaarheidsstoornis een combinatie van factoren bij de man én bij de vrouw te zijn. Daarbij ligt echter bij ongeveer één derde van de paren de oorzaak vooral bij de vrouw en bij één derde van de paren de oorzaak vooral bij de man. Het kan ook voorkomen dat bij geen van beiden een afwijking gevonden wordt, die de vruchtbaarheidsstoornis kan verklaren. Dat wil nog niet zeggen dat er dan ook geen afwijkingen zijn. De wetenschap lijkt redelijk ver gevorderd, maar realiseert u zich wel dat zij nog lang niet op alles een antwoord kan geven. Veel mogelijke oorzaken van onvruchtbaarheid zijn nog onbekend.
Oorzaken bij de man
Bij de man wordt de vruchtbaarheidsstoornis meestal veroorzaakt door een verminderde kwaliteit van het zaad. De testes (zaadballen) maken dan te weinig gezonde, goed bewegende zaadcellen.. Meestal is er geen duidelijke oorzaak voor verminderde zaadkwaliteit aan te geven, maar soms komen een aantal mogelijke oorzaken aan het licht. Bekend is dat een vroeger doorgemaakte ziekte (de bof of geslachtsziekten), medicijn- of alcoholgebruik, gebruik van anabole steroïden of een operatie aan de geslachtsdelen van invloed kunnen zijn op de vruchtbaarheid.
Ook is bekend dat wanneer de zaadballen na de geboorte niet ingedaald zijn, dit gepaard kan gaan met verminderde vruchtbaarheid op latere leeftijd.
Soms zijn er in de balzak (scrotum) spataderen aanwezig die misschien de oorzaak zijn van de verminderde vruchtbaarheid.
Bij een heel klein aantal mannen ontstaat de vruchtbaarheidsstoornis doordat de zaadballen onvoldoende worden gestimuleerd door de
hypofyse. Er worden dan onvoldoende hormonen (FSH en LH) geproduceerd.
Oorzaken bij de vrouw
Bij een aantal vrouwen wordt de vruchtbaarheidsstoornis veroorzaakt door een afwijkende menstruatiecyclus. De menstruatie treedt dan onregelmatig op of blijft geheel uit. Ook is het mogelijk dat er geen eicel vrijkomt tijdens de cyclus. Een afwijkende menstruatiecyclus kan
verschillende oorzaken hebben, zoals:
· afwijkende hormoonproductie, waardoor geen eisprong optreedt.
· stress
· extreem over- of ondergewicht.
Daarnaast kan de vruchtbaarheidsstoornis veroorzaakt worden door afwijkingen aan de geslachtsorganen. Afwijkingen aan de eileiders komen daarbij het meeste voor. Door eerder doorgemaakte ontstekingen aan de eileiders kunnen deze geheel of gedeeltelijk afgesloten zijn. Hierdoor is het veel moeilijker en soms zelfs onmogelijk, dat de eicel en zaadcel elkaar bereiken en er bevruchting optreedt. Een gedeeltelijk afgesloten eileider kan het transport van de bevruchte eicel naar de baarmoeder belemmeren. Ook afwijkingen aan de baarmoeder kunnen een bedreiging vormen voor de vruchtbaarheid. Indien zich in de baarmoeder verklevingen voordoen (bijvoorbeeld ten gevolge van een eerdere operatie) wordt de innesteling van een bevruchte eicel bemoeilijkt en is praktisch kansloos. Ook kan het zijn, dat het slijm in de baarmoederhals niet geschikt is om zaadcellen te transporteren en klaar te maken voor de bevruchting. Zaadcellen kunnen alleen rond het tijdstip van de eisprong (ovulatie) naar boven zwemmen.
Seksuele problemen kunnen ook een oorzaak zijn van het niet zwanger worden.
4. Het vruchtbaarheidsonderzoek
Het eerste gesprek
Het onderzoek naar de verminderde vruchtbaarheid begint met een oriënterend gesprek. Tijdens dit gesprek probeert de gynaecoloog inzicht te krijgen in uw situatie. Er wordt nagegaan of er in uw voorgeschiedenis aanwijzingen zijn, welke op dit moment van invloed kunnen zijn op uw vruchtbaarheid. Soms, maar niet altijd, wordt hierna een lichamelijk onderzoek verricht. Er worden daarna afspraken met u gemaakt voor verder onderzoek.
Tegenwoordig wordt aan vrouwen die zwanger proberen te worden, aangeraden om al voor de bevruchting tot stand komt tot tenminste 8 weken na de bevruchting foliumzuur (1 tablet per dag van 0,5 mg) te
gebruiken. Dit zou de kans op een kind met een open ruggetje of open schedel sterk verminderen. Wij raden u aan dit advies op te volgen. De tabletten zijn zonder recept verkrijgbaar bij drogist of apotheek.
Het onderzoek bij de man
Het zaadonderzoek:
U krijgt van de secretaresse het laboratorium aanvraag formulier mee, tezamen met een verzamelpotje en instructies voor de opvang van het zaad.
De te onderzoeken zaadvloeistof wordt verkregen d.m.v. masturbatie (zelfbevrediging). Veel mannen geven aan zich ongemakkelijk te voelen bij de gedachte te moeten masturberen voor onderzoek waarvan het resultaat wordt beoordeeld.
Richtlijnen voor de opvang:
· Voor de opvang van het sperma moet men tussen de 2 en 4 dagen onthouding hebben, dan is de zaadkwaliteit op zijn best. Het potje niet omspoelen of in de koelkast zetten.
· Het gehele ejaculaat dient te worden opgevangen. Geen ander potje of condoom gebruiken. (Condoom kan zaaddodende pasta bevatten).
· Bescherm het potje tegen temperatuurswisselingen en overmatig schudden (dit beïnvloedt de zaadkwaliteit ongunstig)
· Geef het potje binnen 1 uur na productie tussen 08.00 en 08.15 uur af op het laboratorium van de polikliniek met het aanvraagformulier en het ponsplaatje.
· Op zaterdagen: potje met formulier afgeven om 0.900 uur op afdeling 2 Noord.
Nadat u de zaadvloeistof heeft afgegeven wordt het onder de microscoop beoordeeld. Er wordt gelet op het aantal zaadcellen, de bewegelijkheid en de vorm van de zaadcellen.
Indien de kwaliteit van de zaadcellen verminderd is neemt de trefkans tussen zaadcel en eicel af omdat er minder goede zaadcellen de plaats van bevruchting kunnen bereiken. Het kan dan langer duren voordat er een zwangerschap ontstaat. De kwaliteit van de zaadcellen staat onder velerlei invloeden en kan in kwaliteit van tijd tot tijd nogal variëren.
Het onderzoek bij de vrouw
De basale temperatuurcurve (BTC):
De lichaamstemperatuur van een vrouw wisselt onder invloed van hormonen. Gewoonlijk gaat de temperatuur op en neer met de fasen van de menstruatiecyclus. Door de temperatuur dagelijks te meten en uit te zetten in een grafiek ontstaat een curve. Door toedoen van het hormoon progesteron is er na de eisprong, een temperatuurstijging van één derde tot een halve graad. Deze temperatuurverhoging wijst er dus op dat er progesteron gevormd wordt. Meestal betekent dit dat er een eisprong geweest is. Voor het vruchtbaarheidsonderzoek is dit waardevol te weten. Elke vrouw heeft wel eens een afwijkende cyclus. Er is dus niet direct reden voor ongerustheid wanneer de temperatuurcurve in de tweede helft van de cyclus niet omhoog gaat. Een veel voorkomend misverstand is dat, aan de hand van de temperatuurcurve, de vruchtbare periode vastgesteld kan worden. Dit is dus onjuist. In de dagen dat de temperatuur definitief omhoog gaat, is de vruchtbare periode al voorbij. De vruchtbare periode is pas achteraf vast te stellen aan de hand van de menstruatie.
Indien het meten van een temperatuurcurve gewenst is door de arts, kunt u vanaf het door de arts afgesproken tijdstip beginnen met het opnemen van de temperatuur. Het is belangrijk dat u de temperatuur meet voordat u bent opgestaan. U hoeft de wekker er NIET voor te zetten. Dit temperaturen hoeft niet eindeloos te gebeuren, maar in overleg met de arts. Een voorbeeld van een temperatuurcurve staat hier weergegeven.

Het hormonaal onderzoek
Er zijn in toenemende mate aanwijzingen dat de vruchtbaarheid van de vrouw gerelateerd is aan haar leeftijd. Bij sommige vrouwen gaat de vruchtbaarheid eerder achteruit dan bij andere. De bloedspiegel van het hormoon FSH (follikel stimulerend hormoon), gemeten aan het begin van de menstruatie (dag 2, 3, 4 of 5) geeft een indruk over een eventueel optredende beginnende verandering van de eierstokken. Daarnaast worden nog andere hormonen bepaald zoals het LH (Lutëiniserend hormoon) en het prolactine gehalte. Het schildklier hormoon kan ook van betekenis zijn en de menstruatiecyclus beïnvloeden. Bij vrouwen met een regelmatige cyclus is het niet te verwachten dat er afwijkingen in de hormonale balans zijn.
In de tweede helft van de menstruatiecyclus speelt het hormoon progesteron een belangrijke rol. Om te zien of er een goede eisprong
optreedt, bepalen we dit hormoon ongeveer in het midden van de tweede helft van de menstruatiecyclus (ongeveer één week na de eisprong).
Onderzoek van het baarmoederslijmvlies en de samenlevingstest
Vanaf enkele dagen vóór en tijdens de eisprong wordt het slijm in de baarmoederhals waterig en dun en is dan optimaal om de zaadcellen te ontvangen en door te laten. Daarom wil de arts in deze periode van de cyclus wat slijm afnemen en beoordelen, tevens wordt er nagegaan of er na de gemeenschap zaadcellen aanwezig zijn en hoe ze bewegen. Daarom wordt u gevraagd de avond voor het onderzoek gemeenschap te hebben. De dag erna wordt door middel van inwendig onderzoek wat slijm uit de baarmoederhals afgenomen (dit is pijnloos, en vergelijkbaar met het maken van een uitstrijkje) en onder de microscoop bekeken.
Is de beweeglijkheid van de zaadcellen in het slijm goed, dan mag worden aangenomen dat de zaadcellen gemakkelijk de baarmoederhals kunnen passeren. Verder blijkt of de zaadcellen en het baarmoederslijm goed op elkaar reageren.
Deze test wordt uitgevoerd rondom de eisprong. Deze dag wordt door de arts met u afgesproken, we proberen dit onderzoek te plannen 13 - 15 dagen voordat de volgende menstruatie optreedt.
We realiseren ons dat “het verplicht vrijenâ¿ voor de samenlevingstest belastend is en ten koste kan gaan van de spontaniteit. Dit is ook de reden dat dit onderzoek slechts in sommige gevallen wordt uitgevoerd. Het wordt ook vaak achterwege gelaten.
De follikelmeting (FM)
Met behulp van de vaginale echoscopie kan de groei van een follikel, dit is het eiblaasje waarin het eitje rijpt, worden gevolgd. De eisprong is met behulp van de meting echter niet geheel te voorspellen, het eiblaasje groeit ongeveer 1,0 –
1,5 mm
. per dag. De eisprong zal optreden als de doorsnee van het eiblaasje ongeveer
20 mm
. is. Dit is niet bij iedereen precies zo, ook verschilt de doorsnee van het eiblaasje bij de eisprong in verschillende cycli nogal eens. Sommige vrouwen maken juist grotere eiblaasjes andere vrouwen wat kleinere. Dit gegeven zegt op zich niets over de kwaliteit van het eitje. De duur van de groei van het eiblaasje zegt ook niets over de kwaliteit van het eitje. De duur van de groei kan variëren van 7 dagen tot enkele maanden. Hiermee varieert dan ook de menstruatiecyclus. De menstruatie zal in de regel 2 weken na de eisprong optreden, indien er geen zwangerschap is ontstaan.
Voor de follikelmetingen is aan het begin van het spreekuur ruimte gemaakt. Het betreft hier afspraken van slechts 5 minuten. Wij realiseren ons dat deze tijd zeer krap is en geen ruimte laat voor vragen. Het is de bedoeling dat hiermee de cyclus in kaart wordt gebracht of nader onderzoek wordt afgesproken. Wij willen u verzoeken om eventuele vragen die u heeft te stellen tijdens de afspraak bij de gynaecoloog waarbij u onder controle bent. Zo’n afspraak moet worden gemaakt telkens na afsluiting van een bepaalde onderzoekscyclus of als u vragen heeft die niet kunnen wachten tot na de onderzoekscyclus. Wanneer u de afspraak moet maken wordt meestal aangegeven in het eerdere gesprek met de gynaecoloog.
LH-testen
Ongeveer 24 - 36 uur voordat de eisprong optreedt, wordt door het hersenaanhangsel (de hypofyse) een seintje gegeven die de eisprong bestuurt, er komt LH (Luteïniserend hormoon) vrij. Dit LH is, behalve in het bloed, ook te meten in de urine. Er komt ineens veel LH vrij. Dit geeft een nauwkeurige voorspelling van de eisprong. De eisprong vindt na 24 - 36 uur plaats. Deze voorspelling is nauwkeuriger dan de voorspelling met behulp van de echoscopie.
De zogenaamde LH-testen zijn te koop bij drogist en apotheek. Het verdient de voorkeur om twee keer per dag te testen bijvoorbeeld om 08.00 uur en om 20.00 uur. Indien u ongeveer weet welke dag de eisprong plaats gaat vinden, kunt u het gebruik van de testen in aantal beperken door niet al te ver voor de te verwachte eisprong te gaan meten.
Indien de test positief uitvalt, betekent dit dat de eisprong na 24 - 36 uur te verwachten zal zijn.
Chlamydia infectie
De meest voorkomende oorzaak van eileider afwijkingen is ten gevolge van het doormaken van een eileiderontsteking. In de laatste jaren is er een stijging in het aantal gevallen van eileiderontsteking veroorzaakt door de bacterie Chlamydia. Ongeveer 50 % - 80 % van de vrouwen met een Chlamydia infectie hebben geen last van deze infectie, maar lopen wel risico op eileiderbeschadiging. Of er een infectie is of misschien is geweest kan worden aangetoond door middel van bloedonderzoek. (Het bepalen van Chlamydia antistoffen).
Soms is deze bacterie aanwezig in de baarmoederhals en kan daar
middels een ingezette kweek worden aangetoond. Het bepalen van de Chlamydia-antistoffen maakt vaak deel uit van het vruchtbaarheidsonderzoek. Is er een infectie aanwezig dan krijgt u hiervoor een behandeling met antibiotica. Behandeling is soms voor man en vrouw nodig.
De baarmoederfoto
Het doel van de baarmoederfoto is de toestand van de baarmoeder en de eileiders te beoordelen.Het besluiten tot het maken van een baarmoederfoto hangt vaak af van het feit of er in uw voorgeschiedenis zogenaamde risicofactoren zijn op baarmoeder- en/of eileider afwijkingen.
Het verloop van het onderzoek
De baarmoederfoto (of hysterosalpingogram = H.S.G.) wordt gemaakt op de afdeling radiodiagnostiek. Het optimale tijdstip in de menstruele cyclus voor het maken van een H.S.G. is tussen de 7-de en de 14-de van de cyclus. Er wordt aangeraden in deze cyclus niet zwanger te worden.
Nadat u zich heeft aangemeld op de radiodiagnostiek wordt u door de röntgen laborante geleid naar de röntgenkamer waar het onderzoek zal plaatsvinden. In de kleedkamer kunt u, uw onderkleding uittrekken. Daarna neemt u plaats op de onderzoeksbank. Het onderzoek wordt verricht door de gynaecoloog. U ligt op uw rug op de onderzoekstafel, met opgetrokken knieën. De gynaecoloog plaats een spreider (speculum) in de vagina om de baarmoedermond zichtbaar te maken. Daarna wordt de baarmoederhals schoongemaakt met betadine jodium. Er wordt een apparaatje op de baarmoedermond geplaatst zodat contrastmiddel kan worden ingespoten via de baarmoederhals om onder röntgendoorlichting een afbeelding te krijgen van de baarmoederhals, de baarmoeder en eileiders. Er wordt daarbij ook gekeken of de eileiders goed doorgankelijk zijn. De röntgenopnamen zullen worden gemaakt door de aanwezige radioloog.
Doordat de baarmoeder, tijdens het inspuiten, licht uitzet kan dit een menstruatieachtig gevoel geven en soms pijnlijk zijn. Wij raden u daarom aan iemand mee te nemen die u na het onderzoek kan begeleiden
In de contrastvloeistof zit jodium. Wanneer u hier overgevoelig voor bent, dient u dit aan de arts te melden.
Als daarvoor redenen zijn (bepaalde afwijkingen op de foto, of door onderzoek vooraf) krijgt u van de arts een recept mee voor medicijnen (antibiotica) die ten doel hebben een infectie te voorkomen. Deze medicijnen dient u volgens voorschrift in te nemen.
Het is mogelijk dat er na het onderzoek nog een zogenaamde “restfotoâ¿
gemaakt moet worden. Hierbij wordt gekeken waar het contrastmiddel zich op dat moment bevindt. Het maken van deze foto neemt weinig tijd in beslag, is pijnloos en wordt met u afgesrpoken.
Na het onderzoek kunt u gedurende enkele dagen nog wat waterige afscheiding en wat bloedverlies hebben.
Gedurende ongeveer 5 dagen na het onderzoek moet u, als u koorts krijgt (temperatuur hoger dan 38 graden) contact opnemen met uw arts.
De uitslag van de foto’s wordt besproken met u op een controle afspraak op de polikliniek bij uw eigen gynaecoloog.
Doorsnede door de vrouwelijke geslachtsorganen

Vagina, baarmoeder met slijmvlies, eileiders en eierstok. Transport van eitje uit de eierstok naar de eileider. Vandaar transport naar de baarmoeder waar het zich innestelt. Na 14 dagen volgt dan de menstruatie indien er geen zwangerschap is ontstaan.
Bespreking van de onderzoeksresultaten
Aan het einde van een reeks onderzoeken maakt u opnieuw een afspraak bij uw eigen gynaecoloog. Tijdens dit gesprek zal met u een aantal zaken op een rijtje gezet worden naar aanleiding van de gevonden resultaten.
Indien de onderzoeken allen normaal zijn kan er worden besloten nog een tijdje af te wachten teneinde het optreden van een spontane zwangerschap nog een kans te geven.
Mochten er factoren bij u aanwezig zijn die de kans op zwangerschap kleiner maken kan men tot een behandeling over gaan of tot nader onderzoek besluiten.
Een mogelijke behandeling kan bestaan uit het reguleren van de menstruatie cyclus, het bepalen van het optimale tijdstip voor gemeenschap of het inbrengen van door het laboratorium voorbewerkt zaad of een combinatie van deze behandelingen.
Mogelijk vervolgonderzoek kan worden afgesproken of het herhalen van een niet optimale test.
Het vervolgonderzoek
Kijkoperatie in de buik
Een kijkoperatie (Laparoscopie) is een onderzoek waarbij met behulp van een kijkbuis via de buikwand in de buikholte gekeken kan worden. De inwendige geslachtsorganen zijn dan zichtbaar. De buitenkant van de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken kunnen worden bekeken. Door via de baarmoedermond een blauw gekleurde vloeistof in te spuiten kan worden bekeken of de eileiders goed doorgankelijk zijn. Tijdens het onderzoek kunnen ook eventuele verklevingen worden weggehaald. Hierdoor kan de kans op spontane zwangerschap worden vergroot.
De kijkoperatie kost ongeveer 15 - 30 min. tijd. Dit onderzoek gebeurt onder algehele narcose via dagopname. In de loop van de middag/ begin van de avond kunt u meestal naar huis. Wij adviseren u om iemand mee te nemen die u kan begeleiden, omdat u na afloop nog wat slaperig kunt zijn.
Kijkoperatie in de baarmoeder
Een Hysteroscopie is een onderzoek waarbij via een kijkbuis die via de baarmoederhals in de baarmoeder wordt gebracht men de binnenkant van de baarmoeder kan bekijken. Verklevingen, vleesbomen of poliepen kunnen hier mee worden opgespoord, en soms al tijdens het onderzoek worden weggehaald.
De kijkoperatie kost ongeveer 15 – 30. min tijd. Dit onderzoek gebeurt soms onder algehele narcose via dagcentrum opname. In de loop van de middag / begin van de avond kunt u meestal naar huis. Wij adviseren u om iemand mee te nemen die u kan begeleiden, omdat u na afloop nog wat slaperig bent.
5. Mogelijke behandelingen van vruchtbaarheids- stoornissen
Er zijn vele oorzaken aan te wijzen voor een verminderde vruchtbaarheid. In dit hoofdstuk beschrijven wij een aantal behandelingen die geen garantie bieden op succes, maar wel de kans op zwangerschap kunnen verhogen.
De oorzaak van de vruchtbaarheidsstoornis bepaalt voor welke behandeling u in aanmerking komt.
1. Hormoonbehandeling
Bij vrouwen met een afwijkende of niet optimale menstruatiecyclus worden soms middelen gebruikt om een eiblaasje (follikel) te laten rijpen en een eisprong op te wekken. Dit wordt “ovulatie-inductieâ¿ genoemd.
Voor deze behandeling gebruikt men soms:
· Clomifeen tabletten.
· Hormoonpreparaat, middels injecties toegediend (een zwaardere
behandeling).
· Hormoonpompje (GnRh) (een continue toediening van medicijnen).
Door toediening van deze middelen worden de eierstokken gestimuleerd om een eiblaasje te laten rijpen en een eisprong op te wekken. Soms gebeurt het dat door toediening van deze preparaten er meerder eiblaasjes rijpen. De kans op het ontstaan van meerlingen is dan groter evenals de kans op overstimulatie (een te hevige reactie) van de eierstokken waardoor er te veel eiblaasjes ontstaan.
2) Opwerking van het zaad en inseminatie
Na het inleveren van het zaad op het laboratorium kan het zaad worden gefiltreerd zodat de goede zaadcellen overblijven. Daarbij wordt ook de zaadvloeistof verwijderd, welke mogelijk een ongunstig milieu kan vormen voor de zaadcellen om in te bewegen en in te overleven. Het zaad wordt dan onder steriele omstandigheden in een kleine hoeveelheid bewaarvloeistof gebracht welke daarna dan voor inseminatie in de baarmoeder geschikt is. Bij deze procedure worden de zaadcellen hoger op in de baarmoeder gebracht. Hierdoor kunnen er meer goed bewegelijke zaadcellen in de eileiders, de plaats van bevruchting , komen. De procedure van inseminatie is vrijwel pijnloos.
3) Toepassing van KID (kunstmatige inseminatie met donorzaad)
Indien het zaad vrijwel volledig of volledig onvruchtbaar is kan gebruik worden gemaakt van donor zaad om de vrouw te bevruchten. Het
donorzaad wordt verkregen via een zgn. zaadbank alwaar een afspraak gemaakt kan worden voor de selectie van het donorzaad. Dit donorzaad wordt dan in het Beatrixziekenhuis bewaard en rondom de eisprong bij de vrouw ingebracht. Aangezien er een maatregel van de overheid wordt ingesteld om de anonimiteit van de zaaddonor op te heffen zullen steeds
minder mannen bereidt zijn onder deze omstandigheden zaad te
doneren. De verwachting is dat de wachttijden voor deze behandeling aanzienlijk zullen gaan toenemen.
4) IVF (In Vitro Fertilisatie, “reageerbuisbabyâ¿)
De bevruchting vindt buiten het lichaam van de vrouw plaats . Eicel en
zaadcel worden samengebracht in het laboratorium, alwaar de bevruchting plaatsvindt. Indien er een goede bevruchting en deling van de cellen optreedt, wordt het vruchtje in aanleg op de tweede of derde dag na de bevruchting teruggeplaatst in de baarmoederholte. Meestal is IVF het laatste “behandelingsstationâ¿ waarna er geen andere mogelijkheid van behandeling meer is.
5) ICSI-methode
Bij deze techniek die in beginsel hetzelfde verloopt als bij de IVF wordt kunstmatig de zaadcel in het eiblaasje gebracht om zo nog een bevruchting tot stand te kunnen brengen.
Meer gedetailleerde informatie over deze behandelingen krijgt u, wanneer deze voor u van toepassing zijn.
6. Praktisch punten met betrekking tot het vruchtbaarheids-
onderzoek in het Beatrixziekenhuis
In het eerste gesprek wordt een indruk verkregen van uw voorgeschiedenis, dit gesprek met eventueel lichamelijk onderzoek duurt ongeveer 15 minuten. U krijgt instructies over het te volgen onderzoek. Vaak is dit een evaluatie van de menstruele cyclus, waarin opgenomen hormonen onderzoek en een mogelijke test na de gemeenschap. Het bekijken van de cyclus kan gebeuren door middel van echo-onderzoek (dit vindt meestal vaginaal plaats). Hierbij wordt bekeken of er een eitje rijpt zodat het optimale tijdstip voor gemeenschap kan worden bepaald. Hiervoor worden afspraken gemaakt van 5 minuten ( zogenaamde follikelmeting-afspraken of FM-afspraak). Elke gynaecoloog heeft een vaste dag waarop deze zgn. FM-afspraken worden gepland. Het is dus van de dag van de week afhankelijk welke gynaecoloog het onderzoek bij u zal uitvoeren. Er is, gezien de korte tijdsduur geen ruimte voor vragen. Vragen kunnen ook beter beantwoord worden indien alle gegevens
bekend zijn. In het gesprek na het bekijken van de cyclus, is dit weer bij uw eigen gynaecoloog en krijgt u ruimte om vragen te stellen. Dit consult duurt meestal ongeveer 10 minuten. In dit gesprek worden de tot nu toe gevonden resultaten met u besproken en de betekenis ervan in uw situatie. Mocht u meer tijd nodig hebben voor dit gesprek dan kunt u in overleg met uw gynaecoloog een afspraak maken waarbij er meer tijd voor u wordt gereserveerd.
Belangrijke telefoonnummers:
Beatrixziekenhuis (RIVAS Zorggroep): (0183) – 64 44 44.
Afsprakenbalie: (0183) – 64 42 29.
Polikliniek gynaecologie/fertiliteit: poli nummer 3.
Laboratorium: polikliniek 1e verdieping, nummer 27.
op zaterdag via de kliniek, laboratorium op afdeling
2 Noord.
Beatrixziekenhuis, Banneweg 57, 4204 AA Gorinchem, telefoon (0183) 64 44 44 www.rivas.nl